Overslaan naar inhoud

Werk met werk maken: 
Van Oord over hoogwaardig grondgebruik



Tips van Maarten
  1. Investeer aan de voorkant. 
  2. Ga de dialoog aan met bevoegd gezag.
  3. Wees vindbaar en communiceer actief.
  4. Wil er iets van vinden.
  5. Denk over projectgrenzen heen.







In de Buyer Group Grondstromen werken overheden en marktpartijen samen om een stevige bijdrage te leveren aan hoogwaardig, circulair en kostenbewust werken met grond. Bij maritieme aannemer Van Oord past dat binnen hun motivatie om elke dag mooie werken te maken én dat beter doen. Als Discipline Specialist Bodem & Milieu zorgt Maarten Breur er met zijn team voor dat grondstromen op projecten slim worden ingezet. Hoe pakt een multinational dat aan en wat kunnen opdrachtgevers, inkopers en projectteams hiervan leren?

Hoogwaardig gebruik van grond is de norm, zo is de gezamenlijke visie van BGG. Daarbij geldt continu: kijk hoe je grond dichtbij weer zo hoogwaardig mogelijk kunt inzetten. Ook Van Oord is daar dagelijks mee bezig. 

Slim gebruik van grondstromen

Selectief ontgraven is de basis. “Een boerenwijsheid in de aannemerij”, zo noemt Maarten het. "Door vooraf grondig civieltechnisch te onderzoeken wat er in de grond zit, kan je materialen hoogwaardig oogsten in plaats van blind afvoeren. Dat bodemonderzoek kost meer tijd aan de voorkant, maar levert winst op in het hele project. En door milieutechnisch onderzoek te doen voorkom je dat schone grond vermengd raakt met verontreinigde grond."

Iets wat meer voeten in de aarde heeft, is het opwaarderen van grondstromen. Dat gaat over het mengen van verschillende grondsoorten, in plaats van nieuwe grond te laten komen. Zo kan je een bodem iets verschralen of meer organisch maken. Maarten benadrukt dat mengen niet gedaan wordt om verontreinigingen te verdunnen: "Het doel is juist het maken van een betere bodemstructuur die past bij zijn functie. Mengen van grond is wetstechnisch een lastig proces: door grond te mengen mag de mogelijk verontreinigde bodem niet meer verontreinigd raken dan hij al was."

Innovatieve methoden

De meer innovatieve circulaire methoden waar Van Oord mee werkt zitten onder andere in de klei. De pilot ‘Kleirijperij’ behelsde een proces dat klei maakt van slib dat vrijkomt bij baggerwerk. Dat is een proces dat een jaar kan duren. “Maar dat is het waard, want klei is zeldzaam in Nederland”, zegt Maarten. Van Oord deed deze pilot binnen een consortium met onder andere EcoShape, Rijkswaterstaat, provincie Groningen, waterschap Hunze en Aa’s, Groninger Landschap en Groningen Seaports om een zeedijk te versterken. De methode is nu klaar om in de praktijk gebruikt te worden.

Een zeer zichtbare innovatie met klei is een techniek waarmee van vrijgekomen slib ter plekke een soort betonblokken geperst worden, die bijvoorbeeld als zetstenen voor het afdekken van dijken gebruikt kunnen worden. Dat zijn producten die hard nodig zijn in de waterbouw, maar waarvoor dus minder grondstofgebruik nodig is. Van Oord rolt deze techniek uit samen met de startup GeoWall, de maker van dit soort innovatieve producten. 

Samenwerken als voorwaarde
Het is uiteraard niet de enige samenwerking. Met Rijkswaterstaat, waterschappen en andere marktpartijen wordt actief gezocht naar slim (her)gebruik van grond. Naast zelf netwerken profiteert van Oord ook van de aanzuigende werking van de grote projecten die ze uitvoeren. “Daarover moet wel eerst zelf worden gecommuniceerd. Grote projecten trekken dan kleine grondaanbieders aan uit de regio. Zo ontstaat een olievlek aan interessante samenwerkingen.”

Om dat soort samenwerkingen nóg beter te benutten, gebruikt Van Oord onder andere het digitale platform Grip op Grond, een databank en matchingportaal waar vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld worden. Maarten vergelijkt het met de buurman die uitbouwt terwijl jij een vijver wil dichtgooien met zand: "Als je dit van elkaar weet, hoef je allebei geen grondstoffen aan- of af te voeren. Werk met werk maken dus.”

Gemeenschappelijk geluid

Maarten benadrukt het belang van zulke kennisdeling. Ook binnen de Buyer Group Grondstromen deelt Van Oord ervaringen en knelpunten. Zo bleek de grootste les om vroeg met elkaar in gesprek te gaan. Met opdrachtgevers, maar ook met bevoegd gezag en omgevingsdiensten. “Dezelfde klei die nét over een gemeentegrens loopt kan opeens andere spelregels kennen. Regelgeving kan dan achterlopen als je circulair bezig wil zijn.” Maar Maarten merkt ook een kentering. Door de dialoog aan te gaan met andere soorten organisaties, wordt steeds vaker gekozen voor de optie om te kiezen wat juist wél mogelijk is. “Als onderdeel van BGG laten we een gemeenschappelijk geluid horen richting bijvoorbeeld ministeries: stimuleer het hergebruik van grond en realiseer een goed inkoopproces. Samen draagt zo’n geluid veel verder dan alleen.”



Samenvattend: lessen voor de hele keten
  1. Investeer aan de voorkant. 
    Besteed vroeg in het project meer tijd aan bodemonderzoek. Wie de bodem goed kent vóór de uitvoering start, kan hoogwaardiger oogsten en minder afvoeren.
  2. Ga de dialoog aan met bevoegd gezag. 
  3. Elke regio en elke gemeente heeft zijn eigen spelregels en bevoegd gezag. Neem die partijen vroeg mee.
  4. Wees vindbaar en communiceer actief.
    Grondstromen koppelen gaat niet vanzelf. Zodra je uitdraagt wat je nodig hebt of beschikbaar hebt, weten andere partijen je te vinden. Die olievlek verspreidt zich, maar het vraagt wel om een eerste investering in zichtbaarheid en netwerk.
  5. Wil er iets van vinden.
    Circulariteit vraagt dat je een mening durft te geven over grond -ook als regelgeving dat lastig maakt. Als je circulariteit wilt bevorderen, moet je de dialoog met elkaar aangaan in plaats van achter protocollen te schuilen.
  6. Denk over projectgrenzen heen.
    Denk niet ‘project per project’, maar regionaal en programmatisch. Bied daar als opdrachtgever ook ruimte voor.