Hoe zorgen we ervoor dat hoogwaardig grondgebruik in Nederland de norm wordt? Die vraag stond centraal tijdens een bijeenkomst van de Buyer Group Grondstromen (BGG) in het LEF Future Center van Rijkswaterstaat. Vertegenwoordigers van overheden, marktpartijen en kennisinstellingen verkenden samen welke stappen nodig zijn om de transitie van ambitie naar praktijk te maken. De belangrijkste uitkomst van de dag: zet in op grootschalige proeftuinen waarin kennis, beleid en praktijk samenkomen.
De oproep om versnipperde pilots achter ons te laten klonk meerdere keren tijdens de bijeenkomst. Transitiemakelaar circulaire economie Jacqueline Cramer benadrukte dat maatschappelijke transities alleen slagen wanneer innovaties snel kunnen worden opgeschaald. Volgens haar zijn brede proeftuinen nodig waarin opdrachtgevers, overheden, marktpartijen en kennisinstellingen gezamenlijk experimenteren, leren en resultaten vastleggen.
Die oproep vond weerklank bij het Rijk. Hanneke Brouwer, MT-lid bij de directie Bodem, Ruimte en Klimaatadaptatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, onderstreepte het belang van een toekomstbestendige, gezonde bodem. "Het is belangrijk om een toekomstvaste bodem te hebben, dat is ons fundament." Omdat grondverzet in Nederland op grote schaal plaatsvindt, is hoogwaardig hergebruik volgens haar noodzakelijk. Op de vraag of daarvoor meer experimenteerruimte mogelijk is, gaf zij aan dat het ministerie onderzoekt hoe dit vorm kan krijgen. Daarbij wordt gekeken naar zowel de fysische als biologische waarde van grond.
Volgens Brouwer moet een toekomstige handreiking niet alleen ingaan op technische vraagstukken, maar ook op de organisatorische veranderingen die nodig zijn om hoogwaardig grondgebruik in de praktijk te brengen. Een lerende aanpak, samen met de praktijk, staat daarbij centraal.
Hoogwaardige grond vraagt om een bredere blik
De bijeenkomst begon met enkele prikkelende bijdragen van leden van de Buyer Group. Bob Klein Lankhorst van agritechbedrijf Antonie pleitte ervoor om bodemkwaliteit niet alleen fysisch en chemisch, maar ook biologisch te beoordelen. Volgens hem speelt het bodemleven een cruciale rol bij een gezonde bodem. Wie hoogwaardige grond wil definiëren, moet daarom ook kijken naar de biologische kwaliteit ervan.
Martin Jorritsma van GBN richtte de blik op de lange termijn. Hij benadrukte dat de transitie naar hoogwaardig grondgebruik generatie-overstijgend moet worden geborgd. Daarvoor zijn blijvende aanjagers nodig die de beweging vasthouden en verder brengen.
Rijk en regio moeten samen optrekken
Dat samenwerking essentieel is, werd ook benadrukt door Willem Evers van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Volgens hem vraagt de circulaire economie om een sterke krachtenbundeling tussen Rijk en regio. Hij ziet vooral inkoop en uniform aanbesteden als belangrijke instrumenten om verandering te versnellen.
Evers gaf aan dat het Rijk de ervaringen en kennis uit buyer groups wil benutten bij het ontwikkelen van kaders en handreikingen voor opdrachtgevers. De lessen uit de praktijk kunnen helpen om hoogwaardig grondgebruik beter te verankeren in beleid en aanbestedingen. Daarbij begint verandering volgens hem bij de partijen die bereid zijn om voorop te lopen.
Data, vertrouwen en een gelijk speelveld
Tijdens het panelgesprek werd duidelijk dat veel partijen tegen dezelfde uitdagingen aanlopen. Marktpartijen spraken hun behoefte uit aan voorspelbare regelgeving, een gelijk speelveld en uniforme standaarden. Vooral op het gebied van data zien deelnemers grote kansen. Binnen de Buyer Group wordt al gewerkt aan standaarden voor grondverzetdata, zodat informatie eenvoudiger en betrouwbaarder kan worden uitgewisseld.
Steven Mekking van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benadrukte dat een transitie alleen mogelijk is als partijen bereid én in staat zijn data te delen. "Dat kan alleen als er vertrouwen is, en wij willen dat vertrouwen bieden." Volgens hem moet dat gebeuren in een markt waarin belangen zorgvuldig in balans zijn en alle partijen gelijkwaardig kunnen deelnemen.
Hij wees daarnaast op de kansen van het Nationaal Programma Dataspace Fysieke Leefomgeving. Daarin zijn middelen beschikbaar die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en opschaling van proeftuinen. Tegelijkertijd benadrukte hij dat succesvolle initiatieven uiteindelijk ook een duurzaam verdienmodel nodig hebben.
Eerst dezelfde taal spreken
Een ander belangrijk onderwerp was het gebrek aan een gezamenlijke definitie van hoogwaardige grond. Op dit moment geven verschillende organisaties daar nog een eigen invulling aan. Daardoor ontstaan verschillen in beleid, uitvoering en besluitvorming.
Ook tijdens de werksessies kwam het belang van taal terug. Zo werd besproken dat termen als 'licht verontreinigde grond' soms onbedoeld een negatieve lading hebben, terwijl dezelfde grond mogelijk geschikt is voor hoogwaardig gebruik. Een eenduidige taal helpt om kansen zichtbaar te maken en partijen mee te krijgen in de transitie.
De praktijk laat zien dat het kan
Dat er al veel gebeurt, bleek uit diverse praktijkvoorbeelden. Kragten werkt aan een handelingskader voor grondverzet bij dijkversterkingsprojecten. Saxion Hogeschool ondersteunt met onderzoek, onderwijs en kennisontwikkeling rond bodemvraagstukken. Regionale initiatieven uit onder meer Amsterdam, Twente en Fryslân laten zien dat samenwerking rondom circulaire grondstromen steeds meer vorm krijgt.
Daarnaast werd in verschillende sessies aandacht gevraagd voor praktische randvoorwaarden, zoals voldoende ruimte voor depots en grondbewerking. Ook die vraagstukken zouden onderdeel moeten zijn van toekomstige proeftuinen.
Van ambitie naar uitvoering
Aan het einde van de dag werd de opbrengst samengevat in een duidelijke boodschap: ontwikkel een uniforme aanpak, test deze in één of meerdere grootschalige proeftuinen en schaal vervolgens op naar nationaal niveau. Neem belemmeringen weg, creëer ruimte om te experimenteren en leg ervaringen vast zodat andere regio's hiervan kunnen leren.
De nieuwe voorzitter van de Buyer Group Grondstromen, Edwin Lokkerbol, vatte de urgentie treffend samen: "Grond is de nieuwe vorm van goud voor de toekomst."
De bijeenkomst maakte duidelijk dat de sector niet langer zoekt naar de richting, maar naar de manier om op te schalen. De brede steun vanuit markt, kennisinstellingen én ministeries voor brede proeftuinen in regio's en Rijkswaterstaat laat zien dat daarvoor steeds meer draagvlak ontstaat. Juist in die proeftuinen kunnen nieuwe werkwijzen, afspraken, data-standaarden en vormen van opdrachtgeverschap samenkomen. Zo kan hoogwaardig grondgebruik uitgroeien van een ambitie tot de nieuwe norm in Nederland.