Overslaan naar inhoud

Terugblik LEF-sessie


De volgende stappen richting hoogwaardig grondgebruik als nieuwe norm


Ruim 100 deelnemers uit overheid, markt en kennisinstellingen kwamen samen in het LEF Future Center om te werken aan één gezamenlijke ambitie: hoogwaardig grondgebruik de norm maken in Nederland. De belangrijkste conclusie van de dag? Zet de volgende stap van losse pilots naar regionale proeftuinen waarin samenwerking, data, opdrachtgeverschap en innovatie samenkomen.

 

"Het is belangrijk nu te gaan werken in brede proeftuinen, zodat opschaling van initiatieven mogelijk wordt. Zo kan hoogwaardig grondgebruik de norm worden."

Jacqueline Cramer
Transitiemakelaar Circulaire Economie

Van ambitie naar uitvoering

Hoe maken we van hoogwaardig grondgebruik de standaard? Die vraag stond centraal tijdens de bijeenkomst van de Buyer Group Grondstromen. De dag bracht uiteenlopende partijen samen: opdrachtgevers, beleidsmakers, aannemers, kennisinstellingen en overheden.

Tijdens de gesprekken werd duidelijk dat de sector niet langer zoekt naar de waarom-vraag. De uitdaging zit in de hoe-vraag: hoe organiseren we de samenwerking, hoe delen we data, hoe creëren we ruimte om te experimenteren en hoe zorgen we voor uniforme afspraken?

Het antwoord dat gedurende de dag steeds sterker naar voren kwam was: ontwikkel brede proeftuinen, waarin alle onderdelen van de transitie samenkomen.

Simone Houtman (RWS), trekkende kracht achter de Buyer Group Grondstromen, start de dag.

Fotogalerij

 Een toekomstvaste, gezonde bodem als fundament

Ook vertegenwoordigers van het Rijk gingen tijdens de bijeenkomst in op de vraag 
hoe hoogwaardig grondgebruik van ambitie naar praktijk kan worden gebracht.

Willem Evers (ministerie EZK) benadrukte dat een circulaire economie alleen mogelijk is als Rijk en regio hun krachten bundelen. Volgens hem is vooral inkoop en uniform aanbesteden een krachtig instrument om verandering te stimuleren. Daarbij wil het ministerie de kennis en ervaring uit initiatieven zoals de Buyer Group Grondstromen benutten. Door ervaringen uit de praktijk op te halen, kunnen regels, kaders en handreikingen voor opdrachtgevers verder worden ontwikkeld. Daarbij begint verandering volgens Evers bij de organisaties die bereid zijn om voorop te lopen.


Steven Mekking (ministerie BZK) benadrukte dat een transitie alleen mogelijk is als partijen bereid én in staat zijn om data over grondstromen met elkaar te delen. "Dat kan alleen als er vertrouwen is, en wij willen dat vertrouwen bieden," gaf hij aan. Volgens Mekking moet dat wel gebeuren binnen een eerlijk speelveld, waarin belangen zorgvuldig worden afgewogen en alle partijen gelijkwaardig kunnen deelnemen.

Daarnaast wees hij op de kansen die het Nationaal Programma Dataspace Fysieke Leefomgeving biedt. Binnen dit programma zijn middelen beschikbaar die kunnen bijdragen aan de verdere ontwikkeling en opschaling van proeftuinen. Tegelijkertijd benadrukte hij dat structurele verankering essentieel is: succesvolle initiatieven moeten uiteindelijk beschikken over een duurzaam verdienmodel om ook op langere termijn impact te kunnen maken.

 

v.l.n.r.: Jacqueline Cramer, Willem Evers (min. EZK), Steven Mekking (min. BZK), Hanneke Brouwer (min. IenW)

Hanneke Brouwer (ministerie IenW) ging in op het belang van hoogwaardig hergebruik van grond. "Het is belangrijk om een toekomstvaste, gezonde bodem te hebben, dat is ons fundament," stelde zij. Door de vele ruimtelijke ontwikkelingen en het grote aantal grondverzetprojecten in Nederland staat die bodem immers onder druk.

Tijdens het gesprek werd ook gevraagd of een proeftuin buiten de huidige wet- en regelgeving mogelijk zou zijn om innovatie te versnellen. Brouwer gaf aan dat dit verder moet worden uitgewerkt, maar benadrukte wel dat het ministerie wil nadenken over meer experimenteerruimte. Daarbij wordt gekeken naar zowel de fysische als biologische waarde van grond. Ook werkt IenW aan een handreiking die niet alleen over technische aspecten gaat, maar ook over de organisatorische veranderingen die nodig zijn om hoogwaardig grondgebruik in de praktijk te brengen. Daarbij staat een lerende aanpak, samen met de praktijk, centraal.


Rode draad

De rode draad: er is brede steun voor de beweging naar hoogwaardig grondgebruik, maar opschaling vraagt om samenwerking, uniforme kaders, datadeling én ruimte om in proeftuinen te experimenteren en te leren. Dat sluit naadloos aan bij de belangrijkste conclusie van de dag: grootschalige proeftuinen zijn nodig om van goede voorbeelden de nieuwe norm te maken.

 

 
 Lees ook het nieuwsbericht over de LEF-bijeenkomst

Wat de praktijk al laat zien

De bijeenkomst liet zien dat er in heel Nederland al veel gebeurt.

Voorbeelden kwamen onder meer van:

  • Kragten, dat werkt aan een handelingskader voor grondverzet bij dijkversterking;
  • Saxion Hogeschool, dat onderzoek doet naar bodemtransities en bodemgeletterdheid;
  • Metropoolregio Amsterdam, waar hoogwaardige grondbewerking steeds meer aandacht krijgt;
  • Onder Twente, waar gemeenten en provincie samenwerken aan duurzaam bodemgebruik;
  • Provincie Fryslân, die werkt aan een regionale variant van een buyer group.

Deze voorbeelden laten zien dat de bouwstenen voor verandering al aanwezig zijn.

 


Tien lessen uit de praktijk

De bijeenkomst leverde een breed pakket aan aanbevelingen op. De belangrijkste conclusie was dat hoogwaardig grondgebruik alleen kan opschalen als partijen gezamenlijk ervaring opdoen in de praktijk. Daarom pleitten de deelnemers voor een netwerk van proeftuinen op regionale schaal én binnen Rijkswaterstaat. Deze proeftuinen moeten de plek worden waar beleid, uitvoering, kennisontwikkeling en innovatie samenkomen.

Deze aanbevelingen sluiten aan bij tien lessen die Jacqueline Cramer optekende uit eerdere transitieprogramma's.  
 

De transitie aanwakkeren

Elke transitie-initiatief begint met een gedeeld gevoel van urgentie.

De transitie aanwakkeren

De uitvoering van een initiatief verloopt in vier opeenvolgende cyclische fasen: voorbereiden, bouwen,
opschalen, mainstreamen.

De transitie aanwakkeren

De uit te voeren taken per initiatief zijn ongeveer hetzelfde, maar de focus kan verschillen.

De transitie aanwakkeren

Een initiatief is een reis met een duidelijke bestemming, maar heeft geen vooraf bepaalde route.

De context kennen is cruciaal

Focus op de meest veelbelovende en baanbrekende innovaties. Selecteer de koplopers om leiding te nemen. 

De context kennen is cruciaal

Breng de belangrijkste drijfveren en randvoorwaarden voor een succesvolle implementatie in kaart.

De context kennen is cruciaal

Identificeer de relevante actoren en beoordeel hun bereidheid tot samenwerking vanaf de start. 

Succesvolle implementatie

De kosten en baten van een transitie-initiatief moeten evenredig verdeeld worden onder de netwerkpartners.

Succesvolle implementatie

Intermediairen ('transitiemakelaars') kunnen het initiatief versnellen.

Succesvolle implementatie

Een transparante taakverdeling tussen netwerkpartners is cruciaal.

Resulaten van de dag





Regionale proeftuinen als volgende stap

De proeftuinen moeten samenwerking organiseren binnen regio's en tussen meerdere regio's. Daarbij kunnen concrete vraagstukken worden opgepakt en oplossingen worden getest, zodat succesvolle aanpakken later landelijk kunnen worden toegepast.

Binnen de proeftuinen willen de deelnemers gezamenlijk werken aan:

  • het wegnemen van organisatorische belemmeringen;
  • de verdere ontwikkeling van contractvormen zoals EMVI en Annex V;
  • juridische vraagstukken, waaronder experimenteerruimte en mogelijkheden binnen bestaande wetgeving;
  • de ontwikkeling van een dataplatform voor grondstromen;
  • financiering en een eerlijke verdeling van kosten en baten;
  • toepassing van de normladder in samenwerking met de Buyer Group Grondstromen;
  • het mogelijk maken van innovaties;
  • de inrichting van een arbitragecommissie voor complexe casussen;
  • structurele verslaglegging, monitoring en kennisdeling.

Andere aanbevelingen

Naast de proeftuinen kwamen uit de werksessies verschillende aanvullende aanbevelingen naar voren:

  • creëer meer experimenteerruimte voor opdrachtgevers en marktpartijen;
  • ontwikkel een dynamisch grondstromenplan en innovatieve contractvormen;
  • werk toe naar eenduidige interpretaties van regelgeving;
  • versterk datagedreven werken en landelijke datakoppelingen;
  • stimuleer resultaatgerichte samenwerking tussen overheid, markt en omgevingsdiensten;
  • zorg voor meer ruimte voor gronddepots en regionale samenwerking;
  • investeer in kennis van bodemkwaliteit, inclusief biologische aspecten van grond;
  • geef opdrachtgevers een actievere regierol en verminder risicomijdend gedrag.

  Buyer Group Grondstromen:

  • Met inbreng van mensen uit de praktijk en ministeries werken aan een gezamenlijke definitie van hoogwaardig gebruik van grond. 
  • Doorontwikkeling van de bodemladder, waarin zowel fysische als biologische beoordeling een plek krijgen.

 Rijk

  • Ontwikkelen van uniforme richtlijnen voor hoogwaardig grondgebruik.
  • Het ondersteunen van de dataspace voor grondstromen (marktplaats en data delen).
  • Stimuleren van opschaling vanuit de proeftuinen.

Afsluiting

De dag werd afgesloten door voorzitter Edwin Lokkerbol met een krachtige boodschap: "Grond is de nieuwe vorm van goud voor de toekomst."

De bijeenkomst maakte duidelijk dat de beweging naar hoogwaardig grondgebruik breed wordt gedragen. De volgende stap ligt nu in het gezamenlijk realiseren van proeftuinen waarin woorden worden omgezet in daden. Daarmee kan hoogwaardig grondgebruik uitgroeien van ambitie naar norm.